Wet Kinderopvang

De Wet Kinderopvang regelt de kwaliteit, de financiering en het toezicht binnen de kinderopvang. Uitgangspunt van deze wet zijn uniforme regels die de kinderopvangbranche transparant maken, zodat ouders de keuze kunnen maken voor een organisatie die het beste bij hen past. De overheid gaat ervan uit dat ouders een bewuste keuze maken en daarbij de financiële aspecten afwegen tegen de kwaliteitsaspecten van de verschillende kinderopvangorganisaties. Door de zelfregulerende werking zal de kwaliteit ten aanzien van de opvang verbeteren. Om ervoor te zorgen dat een organisatie klanten krijgt, zullen zij zich moeten onderscheiden van andere organisaties. De Kinderkamer is constant bezig haar onderscheidend vermogen uit te bouwen en voldoet aan de hoogst gestelde eisen binnen de kinderopvangbranche. Zij wil hierin een leidende rol vervullen en zal alle kwaliteitsnormen waarborgen en waar nodig verder ontwikkelen en verbeteren.

De regels binnen de kinderopvang worden bepaald door algemene wettelijke kaders, zoals de Wet Kinderopvang, bouwbesluiten, algemene arbonormen en andere wettelijke richtlijnen en beleidsregels. De controlerende taak van de GGD is gebaseerd op landelijk geldende regels.

 

De structuur van de regelgeving is als volgt opgebouwd:

De Wet Kinderopvang is uitgangspunt en heeft juridisch directe werking. Dit wil zeggen dat elk kinderopvangorganisatie aan alle wettelijke basisvoorwaarden moet voldoen. De wetgever heeft de invulling echter een zeer algemeen karakter gegeven. De werkgevers, de vakbonden en de Belangenvereniging Ouders in de Kinderopvang (BOinK) hebben de algemene kaders van de wet nader uitgewerkt in beleidsregels. De beleidsregels zijn uitgangspunten voor een goede kwaliteit van de dienstverlening. Alleen als op alle organisaties dezelfde duidelijke regels van toepassing zijn, kan de ouder een juiste keuze maken. Het voordeel van uniforme regelgeving is dat ouders er bij iedere kinderopvang vanuit kunnen gaan dat de organisatie haar bestaansrecht ontleent op basis van de minimale eisen, zoals weergegeven in de beleidsregel.