Kinderopvang

De Kinderkamer vestigt zich in verschillende panden, maar streeft ernaar dat de locaties er van binnen hetzelfde uitzien.

Om de dagverblijven dezelfde, herkenbare uitstraling te geven, heeft De Kinderkamer gekozen voor een huiselijke inrichting waarin naturel kleuren de boventoon voeren. Elke locatie heeft een ruime entree en een grote speelhal. Ook de speelmaterialen en de muziek in de openbare ruimtes, zoals de hal en de gangen, zijn op iedere locatie hetzelfde. Verder heeft elke locatie een grote tuin met diverse speelmogelijkheden om een sfeer te creëren die vertrouwen en geborgenheid uitstraalt, waarin kinderen zich veilig voelen en op onderzoek uitgaan, zijn de wanden, vloeren en plafonds zacht van kleur. Zo vormen ze een rustige achtergrond voor het vaak felgekleurde spelmateriaal.
 

  

  • bij het inrichten van de groepen wordt er altijd op gelet dat rust, stijl en gezelligheid behouden blijven. Zo worden er geen stoeltjes opgestapeld tegen de muur en alles wat de kinderen gemaakt hebben, wordt op de daarvoor bestemde plaats gehangen.
  • er zijn bepaalde gedefinieerde speelplekken. Zo worden er aan tafel puzzels gemaakt, boekjes gelezen en knutselactiviteiten gedaan, op het kleed (met blokken) gespeeld en op de bank en kussens weer boekjes gelezen.
  • er zijn aparte slaapruimtes bij elke groep. Door de rust in de slaapruimtes slapen kinderen sneller in en slapen ze gemiddeld langer. Door de aparte slaapruimtes kan er ook beter rekening gehouden worden met de uiteenlopende slaapbehoeften van de kinderen. Omdat de speelruimte niet steeds tot  slaapruimte verbouwd hoeft te worden, kunnen we bovendien meer aandacht aan de ‘wakkerblijvers’ besteden. Ook kunnen we door het hebben van aparte slaapruimtes de speelruimte volledig gebruiken en inrichten.
  • afhankelijk van de leeftijd en van het ‘kunnen’ van de kinderen is er spel-, knutsel- en leesmateriaal in de groep aanwezig.
  • spelmateriaal staat op (oog)hoogte van de kinderen. Dit om eigen initiatief, zelfstandigheid, spel en creativiteit te stimuleren.
  • er zijn duidelijke speelplekken, zoals een bouwhoek (met grote blokken), een poppenhoek (met poppen, een poppenbedje en een poppenhuis), een huishoudelijke hoek (waar ‘gekookt’ en ‘gestreken’ kan worden en de ‘was’ kan worden opgehangen, een vervoershoek (met een garage, auto’s, vliegtuigjes en een spoorbaan), een winkelhoek (waar boodschappen kunnen worden gedaan en kan worden afgerekend) en een leeshoek. Er zijn zowel drukke als rustige plekken met ieder een eigen sfeer.
  • er zijn speelplekken die niet in de loopruimte liggen, zodat kinderen rustig iets kunnen opbouwen. Er doorheen lopen stoort en ontmoedigt het spel.
  • open plekken bieden de mogelijkheid om vrij te bewegen.
  • er zijn terugtrekmogelijkheden voor de kinderen met kussens e.d. van waaruit een kind de boel van een afstand kan bekijken, indrukken kan verwerken of tot rust kan komen.
  • ‘zelf doen’ is bij jongere kinderen heel belangrijk. Vanaf twee jaar gaat ‘samen doen’ echter een steeds grotere rol spelen. De ruimte moet de kinderen de mogelijkheid bieden om in groepjes te werken, maar ook om zich terug te trekken en alleen te spelen.

 

Specifieke eigenschappen voor de allerkleinsten      

  • er zijn terugtrekmogelijkheden voor de kinderen.
  • gezien het feit dat baby’s veel liggen en rondkijken, is het prettig om zowel hoge als lage ligplaatsen voor hen te creëren. 
  • er is een spiegel met over de gehele breedte een stang, zodat ze kunnen experimenteren met lopen.
  • er zijn lege plekken voor kruippogingen e.d.
  • omdat baby’s actief bezig zijn met het ontwikkelen van hun zintuigen, houdt De Kinderkamer zich bezig met het prikkelen van de zintuigen. We verzamelen zoveel mogelijk vormen en materialen om de kinderen te laten horen (verschillende geluiden), voelen (verschillende materialen), ruiken (verschillende geuren), proeven (verschillende smaken) en zien (verschillende vormen en voorwerpen). 

 

Tuin

De schakel met de natuur komt onder andere tot uiting in de eigen tuin.

In de eigen tuin is een moestuin aangelegd, waarin groente verbouwd wordt. Door de natuurlijke aanleg van de tuin (met o.a. gras en verschillende borders en paadjes) wordt het kind bovendien geprikkeld om op verkenning te gaan. De buitenruimte daagt dus uit tot spelend verkennen, uittesten en leren.
 

  • er zijn verschillende sferen en zones gecreëerd, door verschillen in ondergrond of omheining.
  • er is een grasveld.
  • er is een zandbak.
  • er is een moestuin of potten waarin groente verbouwd wordt.
  • alle hoekjes en gaatjes kunnen worden gebruikt.
  • er is sprake van veel geuren en kleuren in de tuin.
  • de pedagogisch medewerkers kunnen het terrein overzien.   
  • kinderen kunnen zich verborgen houden zonder dat de leiding hen uit het oog verliest.
  • er is voldoende plaats om te fietsen en het is duidelijk waar de kinderen kunnen fietsen.